Het nut van een beroepscode
In FACTA van september 1995 doet Peter Pels een oproep tot discussie over de beroepscode. Hij doet dit tegen de achtergrond van het voorstel van het bestuur van de antropologenvereniging "geen energie meer te steken in het vastleggen van ethische richtlijnen in een code. Het lijkt belangrijker om de ethische discussie te institutionaliseren in onderwijs en onderzoek". Het volgende is een reactie op die oproep. Dat men nu even niets doet aan "tekstaanpassing" van de huidige beroepscode maar de spaarzame tijd besteedt aan verdieping en verbreding van de feitelijke ethische discussie, lijkt me verstandig genoeg. De volgende vraag is dan echter wel hoe men die verdieping en verbreding daadwerkelijk wil bewerkstelligen. Op grond van enkele overwegingen kom ik tot de volgende suggesties: (a) werk aan een "grondwet" voor wetenschap in het algemeen, (b) realiseer een ethisch netwerk, en verhoog daartoe de contributie van de vereniging(en), (c) voer de discussie niet te abstract, maar koester uw casi, en doe daarin het minimale, waaraan ook weinig kosten verbonden zijn (namelijk: positie kiezen), (d) maak het lidmaatschap van vereniging(en) aantrekkelijk, zodat sancties gewicht krijgen. De verschillende overwegingen zal ik hieronder meer puntsgewijs aanduiden.Vooraf nog een voorbehoud. Als econometrist sta ik aarzelend tegenover discussies tussen sociologen en/of antropologen. Ik vind het verantwoord lid van de NVMC te zijn omdat mijn werk gebruik maakt van elementen die sommigen "sociologisch" of "antropologisch" noemen. [1] Ethiek heeft langdurig mijn aandacht gehad. Maar door mijn achtergrond kan ik mij minder goed verplaatsen in de ethische problemen van een Niet-Westers antropoloog. Mag men zich onder de Hopi Indianen mengen, er veel over leren, en deze kennis beschikbaar stellen aan anderen die de Hopi misschien kwaad gaan doen? Dat is een moeilijke vraag, die gelukkig aan me voorbijgaat omdat ik niet van plan ben mij onder de Hopi te begeven. Toch wil ik graag reageren. Er bestaat ook een Westerse Antropologie waarvoor ik een natuurlijk subject ben. Mijn betrekkelijke afstand tot CA/SNWS kan ook zijn voordelen hebben. Maar nogmaals: ik ben geen antropoloog.
Thomas Cool
[1] Een voorbeeld moge dit verhelderen. Een verklarend element voor het voortduren van de werkloosheid is de stagnatie in de beleidsdiscussie, waarin de discussianten m.i. meer waarde hechten aan de “status” van beleidsvormende institituten dan aan de inhoud van de argumenten. [2] De VS vertonen wel een predispositie tot de advocatuur. J.Q. Wilson “The moral sense”, The Free Press 1993, brengt deze predispositie in verband met het erfrecht in het middeleeuwse Engeland. Maar dan zou toch een derde facto (bijv. de rijkdom) van belang zijn om het verschil tussen de VS en Engeland weer te verklaren. [3] Overigens houdt schorsing in zichzelf nog geen veroordeling in. Het betekent alleen dat onderzoek wordt opgestart waarvoor het beter is dat betrokkene (in ieder geval tijdelijk) niet in functie blijft. [4] Zie het hoofdstuk “Beroepscode en Casus CPB”, in Cool (1994), “Trias Politica & Centraal Planbureau”, Samuel van Houten Genootschap, ISBN 90-802263-1-9, p 49-56. [5] Een periodiek werd onthouden met verwijzing
naar de inhoud van een notitie, een paper werd de publicatiegang ontzegd
en een wetenschapper werd ontslagen zonder dat collega’s gehoord worden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde op 30 mei 1995 een “Formele Personeels
Beoordeling” (FPB) uit januari 1990. De minister van EZ moet nu een nieuwe
FPB opmaken. Ik heb de minister gevraagd om onderzoek van management en
afdeling opdat de beoordeling correct tot stand kan komen; een onderzoek
waarom ik al vijf jaar verzoek. In mijn brief aan de minister geef ik aan
dat de directie van het CPB m.i. arbeidsrechtelijke middelen misbruikt
om de inhoud van de wetenschappelijke discussie te sturen. Het onderzoek
naar management en afdeling zal dit misbruik nader verhelderen. Ik heb
de KNAW verzocht om mijn verzoek aan de minister op wetenschapsethische
grond te ondersteunen. De directie van de KNAW deelde mij mee dat men zich
niet mengt in arbeidsrechtelijke zaken bij anderen. Mijn wetenschapsethisch
verzoek aan de KNAW wordt aldus opgevat als puur arbeidsrechtelijk, en
gaat daardoor voorbij aan mijn bedoelingen en verzoek. Het is mogelijk
dat er een taboe op het arbeidsrecht ligt waardoor deze nuance verloren
gaat.
|
PM 2005
(1) TP&CPB p8 kan alleen nog maar verwijzen naar
het concept rapport
van de NVMC-commissie inzake de CPB-kwestie.
Dit artikeltje uit 1996 verwijst opvallend genoeg niet naar het definitieve
rapport.
De overweging was dat TP&CPB veel integraler is.
(2) Deze discussie over de beroepscode kwam verder
niet van de grond.
De discussie over de censuur op het CPB ook niet.
De werkloosheid bleef voortduren. De maatschappij verloederde, Pim Fortuyn
werd vermoord.
Dick Pels schreef toen een boek over Fortuyn. Dat zou tragisch zijn wanneer
Peter Pels = Dick Pels.
Toen werd Theo
van Gogh vermoord. En de sociaal-wetenschappelijke onderzoekers
hadden nog steeds niet door dat de coordinatie van het economisch beleid
problematisch is.