In de periode 1996-1997 zat ik op uitnodiging van De Groenen in een adviescommissie rondom het eerste kamerlid van De Groenen ir. Marten Bierman. Enkele van mijn economische adviezen zijn overgenomen in het verkiezingsprogramma van De Groenen voor de zittingsperiode van de Tweede Kamer van 1998-2002. (1)
Evenwel, dit verkiezingsprogramma is met machtsmisbruik tot stand gekomen. Het is denkelijk leerzaam om dit nader toe te lichten. In ieder geval is het advies op grond van wetenschappelijke zuiverheid: stem niet op De Groenen !
Het verkiezingsprogramma van De Groenen voor 1998-2002 vermeldt op pagina 3:
Mij is echter ook gebleken dat sommige Groenen wel gevoelig zijn voor het argument dat hun gedachten niet zo consistent zijn. Men is vaak goedwillend, en tenslotte geldt: gebrek aan kennis is gemakkelijker te verhelpen dan een slecht karakter.
Wij allen kunnen senator Bierman dankbaar zijn dat een
bepaald voorstel t.a.v. de aanpak van de werkloosheid besproken is kunnen
worden met het Centraal Planbureau, en dat bepaalde 'bouwstenen' door het
CPB van commentaar zijn voorzien (CPB 26 juni 1997, memo 97/22). Echter,
met alle respect voor Bierman c.s., toen dit resultaat er lag, sloeg de
gekte weer toe. Op een studieconferentie van De Groenen in mei 1997 ontweek
een discussiepartner een kernvraag van mij, waardoor bij de aanwezigen
een rooskleurig beeld ontstond. Ik heb hiertegen een duidelijk woord van
protest laten horen, maar de rapporteur heeft een hoogst misleidend verslag
laten verschijnen in het ledenblad GRAS, en het bestuur heeft verder geen
actie tot verheldering genomen. Op grond van deze misleidende informatie
hebben De Groenen nu een innerlijk tegenstrijdig economisch beleid in hun
verkiezingsprogramma opgenomen.
Op pagina 5:
Economie en omgangsvormenSociaal psychologisch onderzoek laat zien dat de meerderheid van de mensen graag een goed beeld van zichzelf heeft. Men is geneigd zichzelf tamelijk intelligent te vinden, en de rest van de wereld een beetje dommer. Dit positieve wereldbeeld dat de meeste mensen van zichzelf hebben zien zij ook regelmatig bevestigd, want mensen vergeten selectief hun eigen fouten, terwijl de fouten van anderen met grote koppen in de krant staan. En wanneer iemand een fout maakt, dan komen er allerlei geestelijke processen op gang om de fout weg te beredeneren, excuses te vinden, etcetera, met als gevolg dat het roze zelfbeeld intact blijft. Wie dit niet gelooft, leze Elliot Aronson, “The Social Animal”, Freeman 1996, een boek waarin op voortreffelijke wijze verslag wordt gedaan van zo’n 50 jaar onderzoek in de sociale psychologie. Dit ter inleiding van een korte reactie n.a.v. de economische punten uit het concept-verkiezingsprogramma van De Groenen. Mijn tweede inleidende punt is dat economie echt een moeilijk vak is. Je moet je daar niet aan wagen wanneer je geen goede economische vooropleiding hebt. Net zoals we niet willen dat jan en alleman als dokter optreedt of als chirurg in de operatiekamer aantreedt, zo moeten leken met hun grijpgrage vingers van economie afblijven. Ze kunnen het niet, ze weten niet wat ze doen, ze maken er een potje van, en de rampen zijn niet te overzien. Natuurlijk, iedereen heeft in het dagelijks leven wel met wat ‘economie’ te maken heeft. Men heeft een inkomen, krijgt of betaalt rente bij een bank, koopt het brood bij de bakker, investeert in duurzame goederen, etcetera. Inderdaad. Maar, vraag ik u, wanneer u een wondje heeft en er een pleister op plakt, heeft u dan aan de voorwaarden voldaan om ook een open-hart-operatie te mogen doen ? Of wanneer u ontdekt heeft dat aspirine helpt tegen een kater, bent u dan ook bevoegd om pillen en drankjes voor te schrijven voor welke ziekte dan ook ? Nee ? En zoiets mag wel met economie ? Mensen, schreef ik hierboven, willen echter niet snel geloven dat ze in de fout gaan. Economie, daarvan weten en zien ze dat ze erover mee kunnen praten, en dus is het zo, en dus doen ze dat, en dus zijn zij wel degelijk gekwalificeerd om daarover mee te praten en te besluiten. Zo zit dat. En iedereen die daar vraagtekens bij plaatst, roept hun deskundigheid in twijfel, en is daarom, vermoedelijk, niet te vertrouwen. Wie denkt dat dit een zwart mensbeeld is, moet het boek van Aronson toch echt eens lezen. (Overigens: u zult gemakkelijker geloven dat andere mensen zo zijn zoals ik hier beschrijf, alleen uzelf, nee, ....) Het punt is dan dat waar het gestelde voor mensen in het algemeen geldt, het ook voor De Groenen geldt. Het blijkt in het bijzonder te gelden voor het voorliggende concept-verkiezingsprogramma. Ik heb het bestuur van De Groenen nog voor de zomer 1997 geschreven dat e.e.a. niet correct was verlopen t.a.v. het Plan van Van Elswijk. Hier is niet adequaat op gereageerd. In de periode daarvoor heb ik tijdens besprekingen in de steungroep van senator Bierman aangegeven dat gedachten die o.a. bij De Groenen leven t.a.v. een ‘basisinkomen’ gebaseerd zijn op drogredeneringen. De verkeerde voorstellingen van zaken t.a.v. Van Elswijk en het basisinkomen vind ik heden toch weer terug in het concept-verkiezingsprogramma. Voor de goede orde merk ik op dat ik een scherp onderscheid hanteer tussen de politieke doelen die men stelt en de economische implementatie. Ik houd mij op een afstand t.a.v. de doelen die het concept-programma formuleert. Het gaat mij hier alleen om de economische consistentie. Een vraag die men mij kan stellen is of ik zo vriendelijk wil zijn nu nog eens alle inhoudelijke argumenten te herhalen. Want tenslotte, zo zal men vinden, gaat het om inhoudelijke argumenten en de besluiten dienen genomen te worden op inhoudelijke en zakelijke gronden. Tja. Wie deze vraag stelt, weet eigenlijk niet goed wat hij vraagt. Men vergeet dat ik reeds inhoudelijke en zakelijke argumenten heb gegeven. Men vraagt dus een herhaling. Men is ook niet bereid om zelf de inspanning te doen de reeds bestaande informatie te achterhalen, en, nog belangrijker, de vraag te stellen hoe het toch kan dat momenteel de verkeerde informatie doorgegeven is. Er is het belangrijke gegeven dat ik geen lid van De Groenen ben, en geen wezenlijk belang bij de materie heb. Ik ben een (onbetaald) adviseur, met enig plezier in politiek en meer zorg voor de toekomst van de mensheid, en daar houdt het mee op. O ja, ik heb tamelijk strenge morele normen, waarbij ik een voorbeeld probeer te nemen aan Jan Tinbergen. Nuttig is ook op te merken dat in het concept-verkiezingsprogramma een economisch voorstel van mij overgenomen wordt, zodat men ook niet hoeft te denken dat mijn motivatie eruit bestaat om dit voorstel overgenomen te krijgen (want dat is het al). Relevant is misschien ook dat ik momenteel heel druk ben. (Maar dat is een zwak argument. Ik kan natuurlijk ook korter gaan werken om in de nieuwe vrije uren gratis economieles aan leden van De Groenen te geven.) Voor mij is de vraag van belang wat het voor een zin heeft om met leken in gesprek te zijn over economie, wanneer ze er toch weinig van zullen snappen, en wanneer de mogelijkheid bestaat dat ze, ook door dit gesprek, de indruk zullen krijgen dat ze echt kunnen meepraten (en vervolgens hun hand gaan overspelen). Mijn antwoord op die vraag is een subtiele. In feite heb ik dit antwoord al gegeven toen ik in 1990 adviseerde tot een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid en de rol van de voorbereiding van het economisch beleid daarbij. Je ziet nu bij De Groenen in het klein gebeuren wat in het groot gebeurt in de maatschappelijke orde van de Trias Politica. Bij de huidige machtsverdeling is er een te grote vermenging van politiek belang met de informatievoorziening. Politici (die weinig van economie snappen) scheppen een klimaat waarin de beschikbare kennis en informatie verkleurd wordt. De gevolgen zien we in de massale werkloosheid, in de jaren ‘30 en heden, over alle continenten (met een democratie). Een oplossing is het instellen van een Economisch Hof, met eenzelfde grondwettelijke basis als de huidige drie poten van de Trias Politica. Hoe dit kan heb ik elders uitgelegd. Punt is, dat burger en parlement hun elementaire democratische rechten behouden. Men mag blijven besluiten wat er moet gebeuren, maar men kan veel minder makkelijk de informatie die er is verkleuren en bijsturen, omdat de adequaatheid en toegankelijkheid gewaarborgd worden door het Economisch Hof. (Inderdaad, ook door pers en tv, etc. maar niet voldoende, want het gaat hier over de procedures rond de rijksbegroting.) Het antwoord voor De Groenen ligt in dezelfde lijn. Wat d.m.v. het Economisch Hof geregeld wordt in grondwettelijke zin voor het hele land, kan in dit geval alleen geregeld worden door de intermenselijke omgangsvormen. Aldus, wanneer men mij in het intermenselijk verkeer de indruk geeft dat betrouwbaarheid van de informatiestroom van belang is, dat stoorzenders en informatieverkleurders teruggefloten worden, en dat niet-economen niet geschikt worden gevonden om op de stoel van de economen te zitten, dan kan ik nog wel plezier beleven aan het herhalen van die gratis economieles voor leken. Ik zeg dat overigens alleen omdat ik een positieve en vrolijke aard heb en het goede met iedereen voorheb; ‘n ander had allang afgehaakt. Mijn punt is m.a.w. dat leken zich vooral moeten zien als bewakers van de democratische procesgang. Want ook al snappen de meeste mensen weinig van economie, ze kunnen wel constateren dat een econoom protesteert tegen de gang van zaken, en beoordelen hoe het proces verlopen is. Thomas Cool, 13 november 1997 (GRAS, december 1997) |
Bestuur noch het ledencongres van De Groenen hebben hierop gereageerd. De punten uit het conceptverkiezingsprogramma zijn gewoon geaccepteerd.
(Voor de goede orde: De Groenen hebben ook nooit onderzoek ingesteld naar het machtsmisbruik dat de directie van het CPB pleegt, ook al heb ik hen dit gemeld. Het concept-verkiezingsprogramma maakt ook geen melding van de instelling van een Economisch Hof.)
Kijken we aldus naar inhoud en gedrag, dan zie ik, met excuses t.a.v. het gedachtengoed van Annie M.G. Schmidt, maar één conclusie: Wie gemeenteraden en parlement wil vullen met Jip en Janneke's moet op De Groenen stemmen.
Thomas Cool, 21 maart 1998